Pressroom

elective Sint Lucas Architectuur

Archive for the ‘DENKTANK ‘FRAGILE’’ Category

Gated communities versus getto’s

leave a comment »

Gated communities. Het is een verschijnsel dat lijkt over te waaien uit Noord-Amerika: mensen die zich met hun villawijk helemaal afsluiten van de buitenwereld, en binnenin hun eigen wetten en regels opstellen en naleven. Het is alsof die bewoners niet meer met hun medemens willen samenleven. Het is een vorm van stedelijke ontwikkeling waarbij de ene groep de andere groep uitsluit. Ook verhinderen gated communities de diversiteit van een stad en de samenleving. De stad verliest zo haar functie als multiculturele plek van onze maatschappij. Een woonvorm voor de toekomst?

Vandaag leven in de Verenigde Staten reeds meer dan 16 miljoen Amerikanen in ommuurde woonwijken, een hallucinant hoog aantal, als je weet dat zij in feite de rest van hun landgenoten de rug toekeren om een idee van veiligheid en geborgenheid te creëren. Als je het profiel van gezinnen in gated communities bekijkt, stel je vast dat er nauwelijks diversiteit is, aangezien iedereen die in dezelfde wijk woont over min of meer hetzelfde inkomen beschikt. Door zich af te sluiten willen de bewoners een gezelligheid en spontaniteit afdwingen die er niet is en nooit zal komen, omdat hun omgeving voor honderd procent kunstmatig is. Alles wordt er gepland en vergaderd, er zal nooit iets spontaan gebeuren. Solidariteit is er nauwelijks aanwezig, voor elke dienst betaal je.

Gated communities zijn op die manier een bedreiging voor de democratie. Degenen die het zich kunnen permitteren kunnen zich afzonderen, en de rest verbieden binnen te komen, terwijl zij wel overal terecht kunnen. Wie het zich kan veroorloven van in zo een exclusieve plek te wonen, meet zichzelf datzelfde exclusieve imago aan. Zij hebben in feite de macht in handen.

Als je kijkt naar de groeilanden zoals Brazilië, Mexico en Zuid-Afrika, kun je constateren dat de gated communities daar vooral ontstaan als reactie op de sloppenwijken. Twee uitersten die toch ook gelijkenissen vertonen. In de getto’s vind je de armsten van de stad, in de gated communities de rijkeren. In beide stadsdelen is 1 bevolkingsgroep aanwezig, Zo ontstaat een stad met verschillende lagen, waardoor de beleving van de stad afhangt van de locatie waar je woont. Deze locatie is niet vrij te kiezen. Vanaf het ogenblik dat men over een bepaald inkomen beschikt is men bijna verplicht om in zo een gated community te gaan wonen  omdat het voor deze mensen de enige manier is om hun eigen veiligheid -en soms hun eigen leven- te verzekeren. Daar vormen de gated communities de letterlijke tegenpool van de getto’s. Je hebt er de twee uitersten vereenzelvigd in één stad. Johannesburg in Zuid-Afrika en Sao Paulo in Brazilië zijn gekende voorbeelden. Het zijn steden die berucht zijn om hun gewelddadige reputatie. Het valt dan ook te vrezen dat deze twee uitersten daar alsmaar verder van elkaar zullen groeien.

Een groot contrast met de sprawl van gated communities vond je tot 1993 in Hongkong. Kowloon Walled City was één van de meest geconcentreerde getto’s ter wereld. In dit bouwblok leefden meer dan 30000 mensen letterlijk naast en boven mekaar gestapeld. Oorspronkelijk was dit een ommuurd fort, waarvan uiteindelijk enkel de rechthoekige vorm over bleef. Kowloon stond bekend als een plek die je beter kon mijden, gezien het daar bevolkt werd door criminelen, prostituees, daklozen, vluchtelingen.. Na een ongebreidelde groei in de jaren 70 en 80 werd dit getto in 1993 gesloopt en kwam er een park in de plaats. Als je bedenkt dat daar mensen geleefd hebben die nooit het daglicht zagen, kun je je wel voorstellen hoe de leefomstandigheden daar waren.

Gated communities zijn het resultaat van de onverdraagzaamheid en de schrik van mensen tegenover elkaar. Daardoor wordt de bewegingsvrijheid van veel personen in de stad beperkt. Een ideale samenleving, waarbij een gemeenschap uit mensen van een diverse achtergrond bestaat, lijkt plots ver weg…

Written by declercqthomas

16 december 2010 at 23:53

Geplaatst in DENKTANK 'FRAGILE'

Het geheim van een nieuwe wereld

leave a comment »

Naar aanleiding van de tekening ‘The wall’, wou ik ook de problematiek hier bij ons aankaarten. In België kampen namelijk zo’n 1,5 miljoen Belgen met financiële problemen. Dat blijkt uit recente metingen van de Armoedebarometer, deze houd jaarlijks de evolutie van de armoede bij op 6 levensdomeinen: gezondheid, armoede, onderwijs, inkomen, huisvesting en samenleving. Een schaduwzijde van onze samenleving die zelden aan de opvervlakte komt, of toch?

Steven De Vuyst behaalde in het academiejaar 2009-2010 zijn master in de Geschiedenis (UGent). Inzake deze opleiding verwief hij het inzicht in het grote verhaal van de menselijke beschaving. Daarin tracht de historicus de vraagstukken van de menselijke samenleving in haar ontstaan, ontwikkeling en samenhang te reconstrueren ren te beantwoorden. Immers gaan kennis van verleden en heden altijd samen. Mens en samenleving worden maar begrepen door vroegere en huidige processen en gebeurtenissen met elkaar te verbinden. Daarom is de opleiding geschiedenis de sociale wetenschap bij uitstek.                              Tevens is Dhr. De Vuyst actief in de jongerenvereniging Comac. Deze jongerenvleugel van de Partij Van De Arbeid (PVDA) tracht mensen te mobiliseren en te sensibiliseren over onrecht, hier en elders. Onrecht wordt hier verstaan onder: racisme, armoede, schending van de mensenrechten,…

Kan u toelichten wat het begrip 4de wereld inhoud?

Hoe verklaard u het ontstaan van deze nieuwe wereld? Of is ze al sinds oudsher aanwezig en komt ze nu pas echt aan de oppervlakte.

Om het begrip te duiden lijkt het me noodzakelijk eerst het begrip 3de wereld uit te leggen. De opkomst van deze ging nauw samen met de kolonisatie in de 18de eeuw. Zo waren er ook cruciale wijzigingen in onze samenleving met de Franse Revolutie als katalysator (de driedeling adel – burgerij – clerus), en vond zij ingang in het discour.

De 4de wereld is echter een wereld binnen onze samenleving, waar sommigen door de mazen van het net zijn geglipt. Deze werd duidelijk gesteld door het ontstaan van de verzorging/welvaartstaat, die werd ingeleid door 3 generaties van wetten. Daarvan zijn de 2de en 3de generatie de belangrijkste. Deze begrijpen respectievelijk het ontstaan van de Volkerenbond (na WO1) gepaard gaand met opkomst van sociale en degelijke huisvesting. De laatste houd het ontstaan van de VN (na WO2) en de internationale rechten van de mens  in.

Men kan zich de vraag stellen hoe het dan nog komt dat er nog steeds mensen zijn die tussen de mazen van het net terechtkomen. Dit valt te verklaren door middel van juridische statuten (bijvoorbeeld alleenstaande moeders). Toch valt het bijzonder moeilijk te begrijpen hoe een land met de beste sociale zekerheid (na Zweden) toch een klasse is kunnen ontstaan van de Working Poor. Dit heeft naar mijn mening te maken met het feit dat ons fiscaal systeem  ondergraven is. Doordat ondernemingen over heel wat stilstaand kapitaal (geld dat op rekening blijft staan) beschikken komt dit niet op de markt als impuls voor de economie.

Denkt u dat architectuur een parameter kan zijn die een meerwaarde bied in dit verhaal?

Het verband met architectuur vinden we terug in de radicalisering van de liberalen. Naast de vrije markt waren ze tevens bezorgd om een beter lot voor de arbeiders. Er werd gestreefd naar een aangename wereld voor arbeid te reproduceren, ook wel het verburgerlijken genoemd. Duiding hierin is het voorbeeld van het Gentse systeem. Dit spaarsysteem, waardoor de arbeider een centje opzij kon zetten, was één van de weinige sociale maatregelen. Later kwam daarbij wat we nu kennen als de mutualiteit, … Dit ingrijpen in het leven van de arbeider en het belang van huisvesting was vooral symptoombestrijding. Namelijk het dalen van criminaliteit, epidemieën en andere in het achterhoofd houdende. En architectuur is daarin een weerspiegeling van de toenmalige betrachtingen.

Wat is de rol van sociale huisvesting binnen deze context?

De sociale huisvestingsmaatschappijen poogden (pogen) een greep te krijgen in de levenssfeer van de arbeiders. De vele huisvestingsprojecten in de Gentse kanaalzone getuigen hiervan. Zo werd bij wijze van voorbeeld de kubistische volks/tuinwijk Klein Rusland (te Zelzate) opgericht ten voordele van Kuhlmann, een voormalig gipsproducent. Ook zijn er tal van voorbeelden van utopische fabrieksleiders die hele dorpen uit de grond stampten voor vat te krijgen op hun arbeiders, weliswaar met wisselend succes.

Hier komt het begrip verzorgingsstaat, die al sinds WO2 essentieel bleek, terug aan de oppervlakte. Het is de taak van de overheid de vraag naar sociale huisvesting te herstellen en er kapitaal in te pompen. En dit omwille van de consumenten in een goede omgeving te huisvesten, zodoende de koopkracht versterkt wordt.

Veelal vertalen dergelijke projecten zicht tot een copy-paste van 1 of meerdere woontypes. Zo wordt originele architectuur herleid tot het domein van de elite die het hem kan permitteren. Wat denkt u van deze bemerking?

Ik kan deze stelling zeker volgen, al lijkt me ook dat veel afhankelijk is van de middelen die worden aangeboden door investeerders, overheden,… Hierin zie ik ook zeker uitdagingen naar de architectuur toe om deze problematiek aan te pakken. Een goed project hoeft niet noodzakelijk een duurder project te zijn, en kan toch een zekere collectieve identiteit uistralen.

Ik kan me voorstellen dat het als individuen moeilijk is uit deze kloof te geraken, zowel voor mensen die er in gesukkeld zijn door tegenslagen alsnog door mensen die er in geboren zijn.

Er zijn 2 visies die deze vraag elk op hun specifieke manier verduidelijken. De rechtse gaat er van uit dat er genoeg in de samenleving is geïnvesteerd, en dat een falen hierin de verantwoordelijkheid van het individu is. Een voorbeeld van een uitwerking die dit gedachtegoed volgt is het puntensysteem dat de VDAB gebruikt bij langdurig werkelozen die niet direct werk aannemen.

De linkse visie is echter overtuigd dat er fouten zijn geslopen in de herverdeling van de samenleving. Een prominent voorbeeld hiervan is belastingontduiking. In tegenstelling tot hun tegenpool, opperen ze dan ook het opvangen van werklozen door middel van een vervangingsinkomen.

Belangrijk hierin is dat we dieper ingaan om verschillende uitwerkingen. Om dit te illustreren lijkt het voorbeeld van de Duitse economie me voor de hand liggend. Duistland heeft een zeer sterke economie maar deze weerspiegeld zich in het laag houden van de lonen. Vele arbeiders moet er het stellen met een inkomen van €5/uur.

Een vrij utopische vraag, maar hoe denkt u persoonlijk dat deze problematiek kan opgelost worden?

Verscheidene maatregelen lijken hierin een aanzet te bieden. Daarbij denk ik persoonlijk aan fiscale hervormingen, vermogensbelastingen en andere dringende normen opvangen. Om deze uitspraken kracht bij te zetten denk ik aan een stelling van Victor Hugo: ‘Als men 2 scholen bouwt, dan moet men 2 gevangen minder bouwen’.

Al dien ik te zeggen dat laatstgenoemde persoonlijke reflecties zijn, want als historicus schuilt er steeds een gevaar van zelflegitimatie.

Written by enniobuysse

16 december 2010 at 20:00

Geplaatst in DENKTANK 'FRAGILE'

Utopia & privatopia

leave a comment »

De centrale problemen in onze samenleving resulteren veelal uit een onderscheid tussen mensen onderling, en het onderscheid dat gereflecteerd wordt door de muren die hen scheiden. Muren wiens sociale gewicht en impact snel stijgend overschaduwd worden door hun psychologische macht.

De tweedelige benaming van ‘gated communties’ wijst op de dualiteit tussen de sociale en de ruimtelijke component. Enerzijds staat de term ‘gated’ voor de component van de ‘fortificatie’, anderzijds staat de term ‘community’ voor de ‘sociale’ component. Deze twee resulteren in exclusivisme en privatisering wat gegenereerd wordt tot de term ‘postpubliek domein’. Deze brengt dan weer het gedepersonaliseerd aanwenden van diensten en voorzieningen op gang, wat leidt tot een zekere mate van ‘selfsupporting’. Deze 4 termen geven bijgevolg een uitbreiding op het complexe begrip van ‘gated community’.

In de geschiedenis kunnen we  twee periodes onderscheiden waar ‘gated communities’ de kop opstaken (opkomst Industriële Revolutie en post-modernisme). Beide periodes laten zich kenmerken door een snelle transformatie van de sociale structuur en de stedelijke cultuur, resulterend in een radicale verandering van de ruimtelijke configuratie. Gevolg hiervan zijn de steeds aanwakkerende spanningen tussen de verschillende sociale klassen – de zogenaamde “civilisation fears” – en de stijgende mobiliteit wat de polarisatie in de hand werkt.

Uit bovenstaande blijkt toch dat de term zowel een contextspecifiek proces als een complex begrip is. Beide begrippen betreffende ‘gated communities’ dienen geïntegreerd te worden in een werkelijk geheel. Enerzijds dient het globale, universele aspect van de ‘gated community’ in acht genomen te worden, echter ongeacht de geografische plaats. Anderzijds dient er rekening gehouden te worden met het unieke wordingsproces betreffende de vorm en de functie. Besluitend kunnen we stellen dat we de term “‘gated community’ als een continuüm moeten aanzien en absoluut niet als een statisch fenomeen.”


Written by enniobuysse

16 december 2010 at 19:57

Geplaatst in DENKTANK 'FRAGILE'

Garbage City (Cairo) en New Metropolises (Singapore)

leave a comment »


Deze ongelofelijke stad, met torenhoog gestapeld afval, is wel degelijk een reële plaats. Deze ‘Garbage City’s’ net buiten het centrum van Cairo worden bewoond door een gemeenschap van arbeiders, meerbepaald de Zabbaleeën. Deze zorgen persoonlijk voor de ophaling, sorteren, hergebruik of verkoop van Cairo’s vuil. Recentelijk richten verscheidene fotografen hun lenzen op deze ‘Garbage City’s’, en zo zien we hoe het werkelijk zou zijn om te leven in de nasleep van onze eigen consumptie.

In tegenstelling tot wat het beeld suggereert zijn deze fascinerende metropolissen zeer efficiënte afvalverwerkingsystemen. Voedingsresten worden gevoederd aan dieren, wat kan gerepareerd worden, wordt gerepareerd en het overige wordt gerecycleerd, verkocht als schroot, of verbrand tot brandstof. De Zabbaleeën leven in armoede maar ook in langlopende traditie van verzamelen.

Cairo probeert echter deze massa van onafhankelijke werkers te vervangen door multinationale afvalverwerkingondernemingen.  Deze brengt een nu al verpauverde bevolking in risico. Om de zaken nog wat erger te maken besloot de overheid over te gaan tot een wijdverspreide slachting van varkens, in een poging om potentiële verspreiding van de varkensgriep tegen te gaan. Zij het niet dat deze net de varkens zijn die de Zabbaleeën gebruiken voor de verwerking van voedingsafval.  Dit resulteert in een met afval bezaaid Cairo. Zodoende wordt de doorsnee Egyptenaar in de schoenen van de Zabbaleeën geplaatst.

Grootsteden – zoals Singapore – die erin slagen tegelijk ook heel leefbaar te blijven en goed bestuurd worden, kunnen uitgroeien tot triggers van economische groei annex kweekvijvers voor nieuwe technologieën.

Geen beeld die de economische en urbanistische groei treffender illustreert als voorgaande. Enkele jaren terug nog een grote aaneenschakeling van krottenwijken, anno 2010 moesten deze plaatsruimen voor ultramoderne zakenwijken/woontorens. Groen en kraaknet, maar dit alles blijkt zijn tol te eisen in de strenge straffen die schuilgaan achter overtreden van de regels. Vrijheid wordt gesuggereerd, maar net als andere Aziatische landen blijkt de overheid toch een greep te hebben op deze vrijheden.

Al snel blijkt er een groot verschil tussen beide steden. Waar in Cairo achter een schijnbare wanorde een georganiseerde systeem schuilgaat, blijkt in Singapore anderzijds een geopperde vrijheid vals te zijn. Een gemeenschappelijk punt tussen beide blijkt wel de rol die een overheid speelt in het organiseren van een stad.

Written by enniobuysse

16 december 2010 at 19:49

Geplaatst in DENKTANK 'FRAGILE'

Tussen economisch en sociaal, historische heroriëntatie in Mechelen

leave a comment »

“Herinneringen niet wegmoffelen, niet vergeten, ook niet hoe het er toen en ook nu aan toegaat, niet corrigeren.” AWG projecttoelichting

Het winnende ontwerp van AWG architecten voor de Holocaust Memorial in Mechelen gaat bijzonder expressieve relaties aan met de plek. Een voormalige verzamelplaats van waaruit joden en zigeuners werden gedeporteerd naar concentratiekampen tijdens de tweede wereldoorlog, wordt omgevormd tot een hedendaags museum.
Het doel van de wedstrijd was niet enkel om een `Belgian case` van de Holocaust te brengen, maar tegelijk een aantal actuele onderwerpen aan bod te laten komen zoals terreur en genocide, de discriminatie en rassenkwesties en de hoop te symboliseren dat de geschiedenis zich niet meer herhaalt. De sociale meerwaarde van het project verschuilt zich dan ook in het samenbrengen van de historische geladenheid en de hedendaagse dreigingen. Het wordt niet enkel een toonplaats waar het getekend verleden gedocumenteerd wordt, maar een centrum waar u aangezet wordt tot nadenken en beter handelen in de toekomst.
De heroriëntatie van de site is bijzonder interessant, de Dossinkazerne is in 1977 herbestemd tot een woonproject en dit blijft ook in het nieuwe concept intact gelaten. Door het arresthuis –een voormalige gevangenis- met de grond gelijk te maken en net daarop een nieuwe stempel te drukken, wordt er een consistent spanningsveld gecreëerd tussen wat was en wat komt. Het nieuwe museumgebouw gaat niet terug naar de roots, maar de wortels worden ook niet losgerukt.
De plaats gaat ook herleven door de nieuwe publieke ruimte tussen wonen en museum, waar de drukte van het verkeer vergeten wordt, en waar mensen elkaar ontmoeten.
De input van de eigentijdse architectuur leidt meteen ook tot de economische meerwaarde. Als nieuwe architectuur goed geïntegreerd is in de omgeving dan kan deze als katalysator werken voor ontwikkeling van de hele stad. Monumentenzorg is tegenwoordig te overbezorgd; alles willen bewaren en beschermen brengt ons tot een leven in het verleden –wat ons doet denken aan nostalgische Bokrijk-taferelen.
Het ontwerp bezit ook een grote economische aantrekkingskracht inzake de werkende activiteit van het nieuwe complex. Organisatoren mikken op een 100.000 bezoekers per jaar. Het universeel gegeven van het Holocaust-aspect moet ook internationale toeristen naar het museum lokken. Het ontwerp moet gespiegeld worden aan het Jüdusches Museum van Libeskind in Berlijn, het United States Holocaust Memorial Museum van James Ingo Freed in Washington en het Yad Vashem van Moshe Safdie in Jerusalem. Met dit project wil Vlaanderen echter niet enkel in het museum investeren maar vooral mikken op een groter stadsvernieuwingsproject voor de hele site. Mechelen is in het bezit van voldoende bezienswaardigheden en bevat genoeg potentieel om zich te gaan profileren als groeiende cultuurstad.

Written by amelievanneer

16 december 2010 at 15:43

Geplaatst in DENKTANK 'FRAGILE'

Sociale Huisvesting Chili

leave a comment »

Sociale huisvesting wordt vaak niet meteen geassocieerd met grootse architectuur. Dit project bewijst echter dat deze elementen wel perfect kunnen samensmelten. Het Chileense bureau ELEMENTAL had van de overheid de opdracht gekregen om een oplossing te bieden voor de sloppenwijk Quinta Monroy in Chili. De afgelopen 30 jaar wonen hier !00 families illegaal op een oppervlakte van 5000m2. De site bevindt zich in de Chileense woestijn in het centrum van de stad Iquique.
Met 7500 USD (per gezin) subsidie van de overheid moest zowel de grond aangekocht worden, als de infrastructuur en de architectuur. Ondanks dat de aankoop van de grond alleen al driemaal duurder was dan wat sociale huisvesting normaal kan betalen was het doel om de woningen hier samen te gaan groeperen.
Als je namelijk uitgaat van 1 huis =1familie =1lot. Krijg je slechts 30 families georganiseerd in woningen. Het probleem met losstaande huizen is dat er ontzettend laks met het land wordt omgegaan. Daarom dat sociale huisvesting vaak op zoek gaat naar goedkope grond die zich veelal buiten de stad bevindt ver van woon- en werkgelegenheid, scholen en transportmogelijkheden. De afzondering van de stad brengt vaak ook sociale conflicten mee die de veiligheid van deze buurten niet ten goede komt.
Om zo goed mogelijk de woningen te integreren hebben de ontwerpers geopteerd voor rijhuizen met een beperkte breedte. Hierdoor kon de site al 66 families huisvesten. Het probleem was echter dat bij mogelijke uitbreiding van de woning, lichtinval en ventilatiewegen geblokkeerd werden. Circulatie moest dan door belangrijke ruimtes gebeuren waardoor de woning al snel minder efficiënt in gebruik genomen wordt. Hoogbouw was geen optie omdat elke woning op zich moest kunnen verdubbeld worden in ruimte.
In plaats van 7500 USD per huis te vermenigvuldigen met het aantal gezinnen, hebben ze de totale som van 750.000 ingezet om een woningsysteem te creëren. Sociale huisvesting moet namelijk volgens ELEMENTAL beschouwd worden als een investering en niet als eenmalige uitgave. Hierdoor kan er een sterke aanzet gegeven worden om het `armoedetij` te doen keren.
De ontwerpers reiken hierbij een aantal ontwerptools aan waardoor ook sociale woningen -net als elke andere woning- in waarde kan stijgen zonder dat de subsidiëring moet stijgen. Het inzetten van deze tools voor dit specifiek project bestond uit 3 pijlers.
Ten eerste moest er een grote densiteit gerealiseerd worden, om de dure bouwgrond te kunnen veroorloven. Een goede locatie is immers de katalysator om de eigendom in waarde te laten stijgen.
Vervolgens moest er voor de grote groep niet enkel private en publieke ruimte voorzien worden, maar ook collectieve ruimte voor een beperktere groep van 20 families. Deze bestaat uit een zone die slechts voor de bewoners zelf toegankelijk is. Het is een tussenniveau dat leven in fragiele sociale omstandigheden ietwat vergemakkelijkt. Dit clustersysteem van ongeveer 20 woningen is een goede schaal om 93 woningen in totaal te realiseren. Hierdoor past het project in een stedelijk weefsel maar verliest het niet aan menselijke proporties.
En als laatste, moest het project voldoende ruimte bezitten om nog 50% van de woning te kunnen bijbouwen door de bewoners zelf. Dit moest echter wel gecontroleerd gebeuren zodat het stedelijk karakter niet aangetast zou worden door de bewoners.
Uiteindelijk hebben ze geen kleine woning ontworpen van 36m2, maar een woning waarvan de overheid nog maar een klein deel heeft gebouwd. Dit betekent een verandering in de standaard, omdat de algemene delen van de woning nog moeten ontworpen worden voor een eindscenario van 72m2.
Als de subsidies slechts voldoende zijn om enkel de helft van een huis te construeren, kwam al snel de vraag welk deel er uitgevoerd zou worden en welk deel de bewoners zelf gaan bouwen in de toekomst? Er is gekozen voor het deel dat de families zelf niet kunnen realiseren: keuken, badkamer, trappen, technieken,…enz.
Hierdoor dragen ze door het ontwerp bij aan niet-architecturale vragen zoals hoe armoede voorbij te streven?

ELEMENTAL
ALEJANDRO ARAVENA
Architect, Executive Director

93 housing
Built
Location:
Iquique (Chile)
Areas:

Land: 5.025m²

Initial house: 36m²

Expanded house: 70m²

Initial duplex: 25m²

Expanded duplex: 72m²
Client:
Chile Barrio
Engineering:
José Gajardo, Juan Carlos de la Llera
Urbanisation and specialisation:
Proingel, Abraham Guerra
Construction company:
Loga S.A.

Written by amelievanneer

2 december 2010 at 09:24

Geplaatst in DENKTANK 'FRAGILE'

Hergebruik versus euthanasie gebouwde omgeving

leave a comment »


De mens bouwt voordurend aan de omgeving om ze optimaal aan zijn behoeften af te stemmen. Onder invloed van diverse factoren zijn er steeds aanpassingen noodzakelijk. Als gevolg hiervan dient het stedelijk beleid met betrekking tot deze problematiek veel minder ad-hoc gevoerd te worden. Een visie op het geheel van de stad lijkt me hierin consequenter. In steden die zich vernieuwen dient er zodoende een evenwicht te zijn tussen sloop en hergebruik (behoud/uitbreiding), en dit onder andere omwille van het stadsbeeld waarin men zich blijvend moet kunnen herkennen. Belangerijke duiding hierbij is dat beide begrippen niet eenduidig zijn, en er begevolg sprake kan zijn van cross-over situaties.

De stad wordt doorlopend hergebruikt, tuinen worden pleinen, kantoren worden woningen, in fabrieken komen woningen,… Gebouwen worden hergebruikt en komen steeds voor in nieuwe gedaantes of worden ingevuld met nieuwe functies. Dit principe beperkt zich echter niet tot gebouwen maar breidt zich uit tot: plekken, constructies, materialen, bouwstijlen en noem maar op. Dit alles resulteert in een stad die is doorleefd en opgeladen is met geschiedenis. Het is net deze doorleefdheid die ook vervat zit in design, meubelstukken en mode. Deze geeft ook een zeker meerwaarde aan eerdergenoemde, waardoor ze voor veel geld verkocht worden onder noemers als zijnde: origineel, vintage en retro. Opmerkelijk is dat deze meerwaarde een mindere zichtbare rol speelt in architectuur en stedenbouw. Deze opmerking berust zicht in het feit dat vele mensen nieuw als beter aanvaarden en denken dat het nieuwe een betere kwaliteit garandeert. In de stad zijn echter vele succesvolle voorbeelden van hergebruik terug te vinden, vaak van jaren geleden, alleen zien of weten we deze niet meer. Waar het ooit van zelfsprekend of noodzakelijk was om gebouwen of materialen opnieuw te gebruiken, is er sinds de jaren ’50 steeds meer de nadruk gaan liggen op ‘nieuw’. Deze ommezwaai resulteerde in een sloop-en wegwerpcultuur, die we trouwens ook waarnemen buiten de architectuurdiscipline (bijvoorbeeld de voedingsindustrie).

Onder invloed van diverse ontwikkelingen merken we sinds enkele jaren echter een evolutie. Allereerst is er het duurzaamheidsdenken waarin gepleit wordt voor het recycleren van gebouwen in plaats van overgaan tot slopen of verkrotting door jaren lange leegstand.Daarnaast zijn er de steeds strengere normen die voldaan dienen te worden bij een nieuwbouw (isolatie, EPB, …). Ten derde is er het recentere zoeken naar onderscheidende identiteit van de stad, waar bestaande gebouwen door middel van hun rijke geschiedenis deel vanuit maken en aan bijdragen. Door toedoen van krakers, kunstenaars, ontwerpers en andere die zich vestigen in verlaten (fabrieks)gebouwen of loodsen (omwille dat het goedkope/grote ruimtes zij, is men tot het besef gekomen dat deze panden van grote waarde zijn. Als laatste punt zijn de tegemoetkomingen van de steden(overheden) zelf, onder de vorm van subsidies, van cruciale waarde. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan Gent, meerbepaald de stadsvernieuwing van de 19de-eeuwse gordel. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat tegenover elke Euro die de overheid investeert een veelvoud aan privé-investeringen staat (bijvoorbeeld dakisolatiepremies). Deze katalysator wordt zodoende doorgetrokken tot investeringen op het niveau van de individuele woning. Dit komt tevens tegemoet aan de wens voor een duurzame woonomgeving en de wens om sociale verdringing zoveel mogelijk te vermijden (en zodoende de sociale mix te behouden).

Besluitend kunnen we stellen dat door bovenvernoemde factoren hergebruik wel degelijk een term is die dient geïntegreerd te worden vanaf de initiële ontwerpfase. Althans in stedelijke context. Desalniettemin lijkt het mij dat men als ontwerper enge vorm van kritische omgang tegenover hergebruik niet dient te schuwen.

Written by enniobuysse

5 november 2010 at 17:33

Geplaatst in DENKTANK 'FRAGILE'